Algemene kennis over schriften

Houd er rekening mee dat de meeste Europese talen, waaronder het Nederlands, worden geschreven met Latijnse letters. Deze letters vertegenwoordigen spraakklanken. De klanken die deze letters vertegenwoordigen kunnen echter per taal verschillen. Zo klinkt de “u” in het Duits als de “oe” in het Nederlandse woord “koe”. En de “z” klinkt in het Duits als “ts” en in Europees Spaans als de Engelse “th” in “thing”. In veel talen zijn er meer spraakklanken dan Latijnse letters, of komen er klanken voor die in het Latijn niet voorkwamen. Dat probleem lossen talen op verschillende manieren op. In het Nederlands, dat zo’n 40 verschillende spraakklanken heeft, maken we gebruik van combinaties van letters, zoals “eu”, “ui”, “ch”, etc. om klanken uit te drukken die in het Latijn niet voorkwamen. In andere talen wordt gebruik gemaakt van “diakritische” tekens; dat zijn o.a. accenten, dakjes, en andere tekens die boven of onder een letter worden geplaatst. Zo wordt in het Tsjechisch “č” gebruikt om de “tsj”-klank weer te geven. In het Spaans wordt “ñ” gebruikt om de “nj”-klank weer te geven.

Niet in alle talen is de spraakklank-letterrelatie even doorzichtig. In het Italiaans en het Spaans is deze relatie heel helder. Iedere letter wordt op een vaste voorspelbare manier uitgesproken. In het Engels daarentegen is de spraakklank-letterrelatie zeer ondoorzichtig. Zo klink “ea” heel anders in “heart” dan in “heard”, en weer anders in “beard”. Het Nederlands neemt een middenpositie in: het heeft niet zo’n doorzichtige spraakklank-letterrelatie als het Italiaans of het Spaans, maar de uitspraak van de letters is voorspelbaarder dan die van het Engels.

Niet alle talen worden geschreven met Latijnse letters. Zo gebruiken veel Slavische talen, zoals het Russisch, het Servisch en het Bulgaars, het cyrillische schrift. En het Grieks heeft zijn eigen schrift. Hoewel de verschillende letters van het Griekse en het cyrillische alfabet afwijken van het Latijnse alfabet, vertegenwoordigen al die letters spraakklanken. Dat geldt ook voor het Arabische schrift. Een verschil tussen het Arabische schrift en het Latijnse, cyrillische en Griekse schrift is dat de Arabische letters hoofdzakelijk medeklinkers weergeven. De klinkers moeten er door de schrijver of lezer worden “bij bedacht”. Dat is in de praktijk niet zo moeilijk omdat het aantal klinkers in het Arabisch beperkt is. Overigens kent het Arabisch wel tekens om klinkers weer te geven, maar die worden vooral gebruikt in woordenboeken en in onderwijs, om kinderen de juiste uitspraak van woorden te leren. In de meeste geschreven teksten worden ze niet gebruikt.

Nu zijn er ook talen die een schrift gebruiken dat geen klanken representeert, maar betekenissen. Een voorbeeld van zo’n taal is het Chinees. De basiseenheid van het Chinese schrift is de “radikaal”. Deze vertegenwoordigt een bepaalde betekenis. Door radikalen samen te voegen worden “karakters” gevorm. De meeste woorden bestaan uit meerdere karakters, die allemaal bijdragen aan de betekenis van het woord. Overigens is het niet zo dat alle radikalen alleen maar worden gebruikt om betekenis weer te geven. Sommige worden toegevoegd aan een karakter om een indicatie te geven over de uitspraak, zoals bij een rebus. In dat geval is de (oorspronkelijke) betekenis van de radikaal irrelevant. Overigens is het niet zo dat Chinezen onbekend zijn met het Latijnse schrift. In de jaren 50 werd het pinyin ontwikkeld, een spellingssysteem dat gebruikt maakt van Latijnse letters aangevuld met diakritische tekens, bedoeld om de uitspraak van het Standaardmandarijn (het officiële Chinees) mee weer te geven. Dit systeem wordt onder andere in het onderwijs gebruikt, om kinderen, die van huis uit vaak verschillende Chinese talen en dialecten spreken, de uitspraak van het Standaardmandarijn bij te brengen, en om ze de uitspraak van de verschillende karakters van het Chinese schrift te leren.

Wat dit betekent is dat leerkrachten tijdens de intake van nieuwe leerlingen na moeten gaan met wat voor schrift het kind bekend is. Ook is het belangrijk om leerlingen die bekend zijn met een niet-Latijns alfabet of die een niet-alfabetisch schrift beheersen (zoals het Chinees) niet te behandelen als ongeletterd. Zoals eerder vermeld zijn andere alfabetten ook systemen die spraakklanken vertegenwoordigen, en uitspraakindicaties spelen zelfs een rol in het Chinees. Daarbij zijn kinderen die opgroeiden in China vaak al bekend met een variant van het Latijnse schrift.