Cultuur

Het begrip cultuur staat centraal in het woord interculturaliteit. Het woord heeft echter honderden verschillende definities en het is niet altijd duidelijk waarnaar het verwijst. Dus wat moeten we ermee doen? Cultuur heeft altijd centraal gestaan in discussies binnen het onderwijs. Maar sinds de jaren tachtig heeft een kritische ommekeer op veel gebieden, zoals de antropologie, die vroeger sterk afhankelijk was van dit begrip, geleid tot een herziening van de betekenis en het gebruik ervan, of tot het negeren ervan (Starn, 2015). In deze paragraaf roepen we op tot een benadering van cultuur die verder kijkt dan ‘solide’ en illusoire opvattingen over de nationale cultuur als iets dat min of meer is gegraveerd in het DNA van individuen.

Laten we beginnen met een provocerend en toch belangrijk uitspraak: culturen bestaan niet als zodanig. Ze hebben geen keuzevrijheid; ze zijn niet voelbaar. Je kunt een cultuur niet ontmoeten, maar wel mensen die (er toe worden aangezet om) haar (te) vertegenwoordigen - of beter gezegd, die de beelden en representaties ervan vertegenwoordigen. Wikan (2002: 83) uitte haar verbazing over “de neiging van mensen om te praten alsof cultuur begiftigd is met geest, gevoel en intentie. (…) alsof de cultuur een eigen leven is gaan leiden.” Philipps (2007: 45) herinnert ons er ook aan dat cultuur noch begrensd noch gesloten is; ze is niet homogeen; ze wordt “geproduceerd door mensen, in plaats van dat ze dingen zijn die verklaren waarom mensen zich gedragen zoals ze zich gedragen.” Daarom is elke culturele gewoonte, elk zogenaamd cultureel erfgoed, het resultaat van ontmoetingen en vermenging met vertegenwoordigers van andere ‘culturen’. Pogingen om een cultuur of de grenzen ervan te definiëren, leiden vaak tot het afsluiten en afscheiden van die cultuur van een wereld waarmee ze interacteerde en die die cultuur heeft beïnvloed. Wie beslist wat die cultuur is? Denk aan je eigen ‘cultuur’: zie je die op dezelfde manier als mensen met een andere sociale achtergrond, generatie, geslacht, religieuze groepen, enz.?

Ter illustratie
Laten we een voorbeeld nemen over China. De Joseph E. Hotung Gallery in het British Museum in Londen geeft een overzicht van China, Zuid-Azië en Zuidoost-Azië, van het paleolithicum tot heden. In de afdeling gewijd aan de Chinese beschaving, vindt men een groep van 12 kleurrijke en indrukwekkende keramische figuren uit het graf van Liu Tingxun, een belangrijke militaire en politieke persoonlijkheid uit de Tang-dynastie van China, rond 700 na Christus - de “gouden eeuw van prestaties, zowel in China als in het buitenland” (MacGregor, 2010: 55). Dit waren de hoogtijdagen van de zijderoute. Deze figuren, mensen en dieren van ongeveer een meter hoog, lopen in een stoet en zijn bedoeld om de dode te bewaken en indruk te maken op de rechters van de onderwereld “die zijn rang en zijn capaciteiten zou herkennen en hem de prestigieuze plaats onder de doden zouden toekennen waar hij recht op had” (MacGregor, ibid.). Voor ongeoefende en onwetende ogen zien deze sculpturen er erg “Chinees”, zelfs “typisch Chinees”, uit. Toch, wanneer men de gezichten van het paar lokapāla-figuren (Sanskriet voor “bewaker van de wereld”) nader bekijkt, kan men niet anders dan Indiase gezichten herkennen. De paarden achteraan in de stoet waren in die tijd een nieuw ras in China, afkomstig uit het Westen, terwijl de Bactrische kamelen afkomstig waren uit Afghanistan en Turkestan. De Indiase, Afghaanse en Turkestaanse invloeden benadrukken de nauwe banden van China met Centraal-Azië en andere delen van de wereld. Net als andere landen heeft China altijd contact gehad met de wereld, en zijn cultuur getuigt van de talrijke en gevarieerde vermengingen, mélanges, maar ook uitvindingen en constructies uit verschillende tijdperken. Een cultureel artefact zoals het graf van Liu Tingxun geeft ook zowel de symbolische kracht van de ‘andere’ als ook de machtsverhoudingen tussen ‘culturen’ weer. Zodoende droegen de paarden en kamelen, ‘geleend’ uit andere delen van de wereld, en vervolgens ten nutte gemaakt, bij aan de prestigieuze status van de generaal als hij moet verschijnen voor de rechters van de onderwereld.

Wanneer je denkt aan je ‘cultuur’, kun je bepaalde aspecten ervan waarschijnlijk ook deconstrueren en beseffen hoe ze het resultaat zijn van vermenging met andere ‘culturen’. De nieuwkomers waarmee we samenwerken, hebben ook een cultuur die is (en wordt) beïnvloed door anderen.

Sommige onderzoekers hebben kritiek geuit op het gebruik van het begrip cultuur, omdat het de indruk wekt dat cultuur coherent wordt onderschreven door degenen die verondersteld worden erdoor te worden vertegenwoordigd (Bayart, 2005: 74). In dergelijke gevallen blijven mensen gevangen zitten in de ‘dwangbuizen’ van de cultuur of zoals Prashad het stelt (2001: ix) cultuur “omwikkelt [ze] in haar verstikkende omhelzing.” Adib-Moghaddam (2011: 19) herinnert ons eraan dat coherente culturen niet bestaan en dat praten over een botsing van culturen (of beschavingen) dus zeer twijfelachtig is (zie ook Bayart, 2005: 103). Mensen kunnen botsen, culturen niet. Het is dus belangrijk voor ons om nieuwkomers vanuit een meer open perspectief te bezien. ‘Hun’ cultuur verklaart niet altijd alles … en er schuilt gevaar in pogingen om ze op te sluiten in een cultuur, vooral als wij besluiten waaruit die cultuur bestaat. Wanneer ik met nieuwkomers werk, werk ik met mensen, niet met ‘culturen’.

Bij interculturele ontmoetingen is de ‘kracht’ van de cultuur ook gebruikt om uit te leggen waarom mensen elkaar niet begrijpen of verkeerd begrijpen. De aanname is: mensen hebben verschillende culturen, dus wanneer ze elkaar ontmoeten, leidt dat tot problemen. Toch vraagt Sarangi (1994: 418) zich af waarom dit altijd als ‘intercultureel misverstand’ wordt bestempeld, terwijl ‘als het deelnemers uit dezelfde ‘cultuur’ betreft, [het] als een uitdaging wordt bestempeld.” In veel gevallen van misverstanden tussen mensen uit verschillende landen, heeft interculturaliteit niets met cultuur te maken.

Ter illustratie
Dit voorbeeld laat zien hoe cultuur vaak systematisch wordt gebruikt om uit te leggen wat ‘wij’ doen en wat de ‘ander’ doet. Het voorbeeld is afkomstig uit een boekje dat enkele jaren geleden grotendeels aan internationale studenten aan een Finse universiteit werd uitgedeeld. Het boekje was bedoeld om deze studenten te leren hoe ze zich ‘moeten gedragen’ op de universiteit (zie Dervin & Layne, 2013). In het volgende fragment leggen de auteurs aan de studenten uit wat er van hen wordt verwacht op het gebied van zelfstandigheid: “Waar mensen in veel culturen instructies van docenten en begeleiders moeten opvolgen, worden Finnen aangemoedigd om zelfstandig problemen op te lossen en initiatief te nemen wanneer dat nodig is. Dus terwijl jonge mensen in veel culturen een zeer beschermd en gecontroleerd leven leiden, zijn studenten in Finland erg onafhankelijk en nemen ze de verantwoordelijkheid voor hun studie. Dit is nog een gebied waar buitenlandse studenten gemakkelijk van in de war raken.” Het is interessant op te merken hoe het gebruik van het concept ‘cultuur’ de auteurs in staat stelt om 1. Finnen en de Finse cultuur als uitstekend te beschrijven en 2. andere culturen als inferieur te bestempelen. Het is ook opmerkelijk dat de mensen waarover de discoursen over cultuur gaan verschuiven van “mensen in veel culturen”, “jonge mensen in veel culturen” naar “buitenlandse studenten”, waarbij gegeneraliseerd wordt over de capaciteiten van dezen, of gebrek daaraan, in dit geval. Het is duidelijk dat een dergelijk discours over ‘onze’ cultuur en ‘hun’ cultuur erg bevooroordeeld en ideologisch is en dat die niet tot interculturaliteit kan leiden: de potentiële creativiteit van het ‘inter-‘ wordt opgeslokt door wat ik beschouw als een verachtelijke benadering van cultuur in het onderwijs.

Hoskins en Sallah (2011: 114) hebben aangetoond hoe bepaalde gebruiken van het woord cultuur vaak kunnen bijdragen aan xenofobie (angst voor vreemdelingen en het onbekende), racisme, seksisme, de reductie van identiteit en zelfs bepaalde vormen van fysiek en symbolisch geweld (zie Sen, 2005). Dus wanneer we interacteren met nieuwkomers (en / of hun families), is het belangrijk om te luisteren naar culturele discoursen en om mogelijke problemen te identificeren met wat achter die discoursen schuilt.

Dus wat zullen we dan doen met het begrip cultuur? Kunnen we in het onderwijs omgaan met interculturaliteit zonder cultuur? Veel wetenschappers hebben betoogd dat we het idee van cultuur (Ogay & Edelmann, 2011) moeten behouden en moeten voorkomen dat we ‘de baby met het badwater weggooien’. In mijn eigen werk heb ik besloten de baby weg te gooien omdat het leidt tot zoveel verwarring en misverstanden tussen studenten, onderzoekers, praktijkmensen en besluitvormers. Mijn begrip van cultuur is niet altijd hetzelfde als dat van mijn gesprekspartners. Ik weiger een woord te ondersteunen dat de ‘ander’ van zijn pluraliteit kan ontdoen en zie dus af van het gebruik van dit lege en problematische begrip.

Dus wat kunnen we doen zonder dit centrale begrip? Het advies van Eriksen is heel nuttig: “In plaats van het over cultuur te hebben, kun je gewoon “lokale kunst” zeggen als je het over lokale kunst hebt; als je taal, ideologie, patriarchaat, kinderrechten, voedingsgewoonten, rituele praktijken of plaatselijke politieke structuren bedoelt, zou je die of gelijkwaardige termen kunnen gebruiken.” (Eriksen, 2001: 141) In dezelfde zin suggereert Wikan (2002: 86) het gebruik van de woorden kennis, ervaring of leefwereld. Hoe preciezer en explicieter we zijn bij het gebruik van bepaalde woorden zoals cultuur, hoe beter en rechtvaardiger het is voor degenen wier stem(men) we weergeven of vertegenwoordigen bij de omgang met interculturaliteit in het onderwijs.

Na het lezen van de kritieken op het woord cultuur, wat zou je ermee doen? Herken je een aantal van de problemen die hierboven werden besproken wanneer je het woord gebruikt of wanneer je gesprekspartners het gebruiken?