Adviezen

Om de resultaten van de feitelijke taalontwikkeling bij te houden, kunnen leerkrachten en leerlingen gebruikmaken van een portfolio en andere technieken. Leerlingen in Nederland gebruiken bijvoorbeeld het Europese Talenportfolio (European Language Portfolio, ELP) om hun leeractiviteiten buiten school bij te houden (bijvoorbeeld het gebruik van een thuistaal die anders is dan de schooltaal, of contacten met familie en vrienden in andere landen). Ze kunnen zelf hun competenties evalueren.

De ELP stelt kinderen die hun thuistaal leren, in staat om erkenning te krijgen voor talige competenties die niet formeel verworven worden. Een studie over de ELP (Aarts & Broeder, 2006) liet zien dat leerlingen er een positieve houding tegenover hadden omdat hun taalcompetenties erkend en positief gewaardeerd werden, en omdat zij hun voortgang konden bijhouden. De studie liet ook zien dat het de ELP leerkrachten in staat stelt om hun meertalige klassen beter te begrijpen, en om de hoogte van de taalvaardigheden van de leerlingen beter te waarderen (Europese Commissie, 2015).

Bekijk de website van de ELP hier, en kijk naar verschillende documenten met tips om een taalbiografie te bouwen (Portfolio).

Samen met het Vlaamse ministerie van Onderwijs en Vorming hebben het Centrum voor Taal en Onderwijs en het Steunpunt Diversiteit en Leren een toolkit voor een brede evaluatie opgezet. Deze toolkit introduceert een type brede evaluatie die focust op het bijhouden van de vooruitgang die gemaakt wordt wanneer de schooltaal geleerd wordt, en creëert een overzicht dat focust op ontwikkeling. Enkele belangrijke aspecten in deze toolkit zijn:

  1. Vooruitgang is belangrijker dan het startniveau.
  2. Focus op dat waar de leerling toe in staat is.
  3. Het bestand dat je samenstelt, is niet alleen relevant voor de school maar ook voor jezelf. Het test je eigen prognoses: ben je ambitieus genoeg? Hoe kan je het kind meer stimuleren?
  4. Onthoud dat er een verschil is tussen de ontwikkeling van de schooltaal en cognitieve capaciteiten.

Door een taaldossier bij te houden voor elke leerling, worden mogelijke specifieke moeilijkheden van een leerling makkelijk waarneembaar. Op deze manier kan je aandacht besteden aan de behoeften van de leerling met een heldere focus. Houd een dossier bij voor elke leerling en werk er eens per twee weken aan, om zo hun geschreven en gesproken taalgebruik bij te houden. Dit kan op verschillende manieren gedaan worden:

  • Laat de leerling elke keer beschrijven wat er gebeurt in een korte strip en schrijf mee, of neem het op.
  • Laat de leerling elke keer een kort stukje schrijven over hetzelfde onderwerp.
  • Laat gevorderde leerlingen in groepjes zitten en elkaar verhalen vertellen gebaseerd op verschillende korte strips. Degenen die niet vertellen, schrijven het verhaal op. Zorg ervoor dat de spreker langzaam praat.
  • Laat leerlingen ook een dagboek bijhouden: laat ze hun verhaal vertellen of tekenen, samen met hun dromen, verwachtingen en doelen voor de toekomst, zowel op korte als lange termijn. Gebruik positiviteitscertificaten om de behaalde doelen te vieren.