Adviezen

De 10 geboden voor het werken met nieuwkomers

Gebod n°1: Stop ermee om over nieuwkomersleerlingen alleen in termen van culturele verschillen te denken!

“Vraag je tijdens de ontmoeting van anderen en tijdens interacties met hen eerst af: wat heb ik gemeenschappelijk met deze andere mensen?” (Moghaddam, 2012, hoofdstuk 9). Laten we een einde maken aan onderscheid makende vooroordelen, een veel in het onderwijs aan nieuwkomers voorkomende kijk, die zich uitsluitend op verschillen richt, vooral met betrekking tot het ‘vermoeiende’ en generaliserende begrip ‘cultuur’ (Abdallah-Pretceille, 1986). Een dergelijke vooroordeel is de typische tegenoverelkaarstelling van individualistische en collectivistische ‘culturen’, die vaak wordt gebruikt om ontmoetingen tussen mensen uit het ‘Westen’ en ‘Oosten’ of het ‘Noorden’ en ‘Zuiden’ te verklaren. Holliday (2010) heeft met kracht het etnocentrisme en de moralistische oordelen geanalyseerd die het maken van een dergelijk onderscheid kan teweegbrengen. Het risico om deze elementen zo los en zonder rekening te houden met de context te blijven gebruiken, is dat ze “gemakkelijk en soms zonder kwade bedoelingen kunnen leiden tot de reductie van de buitenlandse Ander als cultureel tekortschietend” (Holliday, 2010: ix). We zijn allemaal tegelijkertijd verschillend en vergelijkbaar!

Gebod n° 2: We delen de verantwoordelijkheid voor wat er gebeurt tussen ‘wij’ en ‘zij’!

Discoursen over iemand zelf en de ander - identiteitsconstructies - worden altijd samen met anderen geconstrueerd. Een identiteit wordt gecreëerd en bestaat omdat er een andere identiteit is die er mee kan worden vergeleken of er tegenover kan worden geplaatst (Bauman, 2004). Wie je in de klas bent, hangt af van wie in die klas zitten. Hetzelfde geldt voor leerlingen met betrekking tot jou. Daarom geldt dat wanneer we interculturaliteit ervaren onze stereotypen, representaties en ideologieën, ontmoetingen en dus identiteiten voeden en beïnvloeden (Holliday, 2010: 2; Dervin, 2012). Mijn identiteit is gebaseerd op de aanwezigheid van anderen en omgekeerd. We moeten dus alle betrokkenen bij interculturele ontmoetingen in ogenschouw nemen om ze te verklaren en te begrijpen in plaats van slechts een van hen. De manier waarop interculturaliteit plaats vindt in de klas is afhankelijk van de interactie tussen mensen in plaats van de aanwezigheid van individuele personen.

Gebod n° 3: accepteer mislukking en leer ervan!

Het idee dat niet al het ‘interculturele’ kan worden verklaard en dat het dus vaak onmogelijk is om maximale resultaten te putten uit het onderzoeken ervan, heeft nog niet veel terrein gewonnen in het onderwijs. Veel verschijnselen die we onderzoeken of over onderwijzen, zijn echter afgeleid van het speelse, het imaginaire en het dromerige en kunnen daarom niet altijd worden gerationaliseerd (Maffesoli, 1985). We moeten accepteren dat niet alles te begrijpen is en dat we dingen soms gewoon moeten loslaten en er weer op terugkomen wanneer en als het nodig is!

Gebod n° 4: Leef met ‘ups’ en ‘downs’!

Veel wetenschappelijk onderzoek heeft zich gericht op structuren en op het beschrijven van hoe een bepaalde groep mensen (meestal bepaald door ‘nationaliteit’ of ‘etniciteit’) communiceert met een andere groep (Piller, 2011) – wat leidde tot de stelling ‘hoe meer je weet over hun gewoonten , gedachten, enz., des te beter je in staat bent om ze te “beheersen” en dus op een juiste en probleemloze manier met ze te interacteren. Veel wetenschappers betogen dat dit niet de complexiteit van de mens weerspiegelt (Pieterse, 2004; Wikan, 2002) en dringen er bij onderzoekers en praktijkmensen op aan om in plaats daarvan naar uitzonderingen, instabiliteiten en processen te kijken, die ‘natuurlijke’ onderdelen van de socialiteit zijn (zie Baumann, 1988; Bensa, 2010). Het is belangrijk om als docenten nieuwkomers niet langer in ‘fijne’ culturele en taalkundige categorieën in te delen en om in plaats daarvan naar hun individualiteit te kijken die onstabiel en in beweging kan zijn. Aanvaarden dat werken met nieuwkomers leidt tot ‘ups’ en ‘downs’ is essentieel!

Gebod n° 5: Nieuwkomers zijn ook complex!

Het idee van intersectionaliteit, “de interactie van meerdere identiteiten en ervaringen van uitsluiting en ondergeschiktheid” (Davis, 2008: 67), is tot nadenken stemmend voor het onderwijs. Het is al een heel gebruikelijke praktijk op het gebied van intercultureel onderwijs, sterk beïnvloed door kritisch multicultureel onderwijs (Banks and McGee Banks, 2009; Sleeter, 1996). Veel wetenschappers betogen dat het niet alleen ‘cultuur’ is die interacties stuurt, maar de gezamenlijke constructie van verschillende identiteiten zoals geslacht, leeftijd, beroep, sociale klasse, enz. Al deze kruisen elkaar tijdens interculturele interactie en moeten dus in aanmerking worden genomen ( Sleeter, ibid.). Interculturaliteit is geen synoniem voor verschillende culturen, maar voor interactie tussen complexe mensen … en nieuwkomers ervaren ook complexiteit!

Gebod n° 6: Bevorder sociale rechtvaardigheid!

Ik wil ook het idee van rechtvaardigheid naar voren brengen: “een gevoelde plicht om ongelijkheid, racisme en seksisme en alle andere vormen van vooroordelen, onderdrukking en discriminatie te bestrijden door het ontwikkelen van inzichten, attitudes en sociale actievaardigheden” (Räsänen, 2009: 37). Een paar voorbeelden kunnen worden gevonden in de literatuur: in zijn kritische kosmopolitische paradigma stelt Holliday (2010: 48) voor het bewustzijn van institutioneel en cultureel racisme en machtsstructuren te vergroten. Als docent die werkt met mogelijk kwetsbare kinderen (nieuwkomers) heb ik de verantwoordelijkheid om hun welzijn, inclusie en gelijke behandeling te ondersteunen.

Gebod n° 7: Wees systematisch en kritisch reflectief!

Wanneer je te maken hebt met interculturaliteit in het onderwijs, laat dan je eigen gevoelens, ervaringen en geschiedenis je werk ondersteunen. Zelfreflectie kan zowel het begrip als de interpretatie verbeteren doordat het een nieuwe bron van kennis toevoegt.

Gebod n° 8: Wees bescheiden tegenover nieuwkomers!

Het begrip macht zou centraal moeten staan met betrekking tot nieuwkomersonderwijs. Of je het nu wilt of niet, elke interculturele ontmoeting is afhankelijk van machtsverhoudingen gerelateerd aan taalgebruik, huidskleur, nationaliteit, maar ook geslacht, sociale status, enz. Typerend voor interculturele ontmoetingen zijn relaties gebaseerd op het idee van gastvrijheid. Jacques Derrida (2000) heeft door middel van het begrip ‘hostipitaliteit’ (samenvoeging van ‘hospitality’ (gastvrijheid) en ‘hostility’ (vijandigheid)) beargumenteerd dat gastvrijheid gemakkelijk in vijandigheid kan veranderen. Er is in feite een inherente machtsongelijkheid tussen een gastheer en een gast, waarbij de laatste als gijzelaar van de eerste optreedt. Als leraren moeten we ons bewust zijn van de machtsverschillen tussen ons en de nieuwkomers en moeten we proberen ze zo veel mogelijk te verminderen. We moeten bescheidenheid tonen bij het werken met nieuwkomers!

Gebod n° 9: Gebruik taal effectief!

Werken aan en / of met interculturaliteit vereist het gebruik van een taal of verschillende talen, evenals non-verbale vormen van communicatie (mimiek, stilte, gebaren, enz.). Het negeren van het belang van deze factoren in ons vakgebied is problematisch. Wanneer we bijvoorbeeld interviews of uittreksels uit een boek vertalen, is het belangrijk om de keuze van bepaalde zinnen, woorden, voornaamwoorden, enz. uit te leggen. Het gebruik van woorden is nooit onschuldig. We moeten ook bedenken dat taalgebruik erg politiek is en dat het meestal machtsverschillen en symbolisch geweld uitdrukt. Docenten zijn professionele sprekers en we zouden moeten leren hoe we de taal zo kunnen gebruiken dat dit leidt tot bijvoorbeeld inclusie.

Gebod n° 10: Duik onder de oppervlakte van de schijn

Dit is waarschijnlijk de belangrijkste boodschap van de tool. We worden allemaal beïnvloed door specifieke visies op interculturaliteit, wat het inhoudt, hoe het moet plaatsvinden, om welke redenen, enz. Wat we zien als intercultureel, of wat ons wordt aangeboden als intercultureel, verbergt vaak elementen die we moeten deconstrueren, bekritiseren en, zo mogelijk reconstrueren om zinvolle interactie te creëren. Als ik dus de woorden cultuur, gemeenschap, waarde, de naam van een land hoor, begin ik na te denken over het gebruik ervan en over wat deze woorden doen met mijn gesprekspartners en met mij. Ik probeer dan onder de oppervlakte te komen van wat er gezegd wordt en van uiterlijkheden. Als docent moet ik een soort detective zijn die onderzoekt wat mensen zeggen, hoe ze dat doen en waarom, om te zorgen voor welzijn en rechtvaardigheid en billijkheid.

10 geboden - Checklist