Vier elementen voor een krachtige leeromgeving

Een krachtige leeromgeving stimuleert alle leerlingen om het beste uit zichzelf te halen. Bij je leerlingen zorg je er dan voor dat alle obstakels om te leren en te participeren zijn weggenomen.

Context voorzien

In de klas voorzie je ‘context’ door input te geven die op meerdere/diverse zintuigen inspeelt (visuele, auditieve, … ondersteuning). Buiten de klas: gebruik de school, de gemeente of stad als één groot leercentrum: ga naar buiten, leer over winkels in de winkels zelf, enz.

Taalondersteuning

Verlaag je verwachtingen naar een leerling toe niet. Zorg dat je alles kunt doen opdat de leerlingen aan je verwachtingen kunnen beantwoorden. Zorg dus voor taalondersteuning dat het voor nieuwkomers mogelijk maakt om volwaardig aan de les te kunnen deelnemen.
Enkele voorbeelden;

  • maak een woordenlijst met de meest gebruikte woorden en zinnen in de klas en visualiseer ze. Dat kan nieuwkomers helpen bij het
    • stellen van een vraag
    • uiten van hun mening
    • uitleg vragen
    • geven van feedback aan een mede-leerling
    • uiten van gevoelens
  • een ‘bronnenhoek’ met woordenboeken, een vertaalcomputer, …
  • spreken en schrijven kan ondersteund worden door invuloefeningen of schrijfkaders, wanneer andere leerlingen open vragen beantwoorden;
  • zorg dat nieuwkomers in een debatoefening in heterogene groepen ook de kans krijgen om deel te nemen. Geef een ‘spreekkaart’ aan elke leerling dat ze kunnen gebruiken tijdens de discussie. Ze kunnen de kaart slechts eenmaal gebruiken.

Interactie

We leren een taal door ze te gebruiken. Elk klasmoment geeft de leerling een spreekkans. Twee hulpbronnen zijn ‘open vragen’ en ‘coöperatieve werkvormen’. Deze laatste laten leerlingen samenwerken, waarbij taal een noodzakelijk medium is. Je vindt hier enkele van deze werkvormen.

Zelfs wanneer de antwoorden onvolledig zijn of langzaam geformuleerd worden, is het van belang de leerling de kans te geven te spreken, te discussiëren, actief te leren.

Beschouw de school als een leeromgeving. Beperk je dus niet tot klasactiviteiten. Taaldoelen moeten niet altijd expliciet aangepakt worden. Dit is een lijst van activiteiten die een school kan organiseren om actief burgerschap bij AN’ers te stimuleren en te interageren:

  • Krijgen de AN-leerlingen apart les? Laat dat dan niet gebeuren in een aftands lokaal dat er al een paar jaren muf bij ligt. Deze kwetsbare groep verdient kwalitatieve didactische omkadering.
  • Zoek manieren om hen zo veel mogelijk in contact te brengen met hun schoolgenoten. Focus hierbij vooral op hun sterktes en interesses:
    • deelname aan sportteams op school
    • interviews laten afnemen of geven voor de schoolkrant of de schoolblog
    • deelname aan keuzeworkshops samen met andere leerlingen
  • deelnemen aan het schooltheater
  • muziek draaien op de schoolradio

Psycho-sociale aspecten

Welbevinden is een belangrijke voorwaarde om tot leren te komen. Wanneer de thuistaal van een leerling welkom is en een plaats krijgt op school, zal dat bijdragen tot zijn/haar welbevinden. En een leerling die zich goed voelt, zal beter kunnen leren.
Tegelijk brengt een AN’er ook een andere levenservaring mee in de klas. Het is van belang hier tijd en ruimte voor te maken.