Praktijkvoorbeelden

Hier vind je een lijst van concrete activiteiten die je kunt gebruiken in een groep van of met nieuwkomers. Ze zijn gegroepeerd volgens die taalvaardigheid die hier het meest prominent is. Je zult merken dat je deze activiteit klassikaal kunt organiseren of in een gedifferentieerde context (groepswerk, contractwerk, …).

Enkele aanduidingen in de teksten:
“bordje”: dat kan verwijzen naar een tablet waarop de leerlingen schrijven, een klein whiteboard of een blad papier in een plastic hesje. Daarop kunnen ze schrijven met een whiteboardmarker en hun antwoord daarna uitwissen met een tissue. Het geeft je als leraar de kans om onmiddellijk feedback te geven en maakt oefeningen veel interactiever.
(*): studenten die nog niet gealfabetiseerd zijn of zich in een prille fase van geletterdheid bevinden, kunnen deze activiteit volgen.
“diff”: betekent ‘differentiatietip’, soms kun je reeds differentiëren binnen deze activiteit.

  1. luistervaardigheid
  2. leesvaardigheid
  3. schrijfvaardigheid
  4. spreekvaardigheid

De werkvormen bieden de mogelijkheid om je creativiteit als leerkracht de vrije loop te laten. Ze bieden een kader waarin leraren de opdrachten niet enkel chronologisch in de tijd kunnen laten variëren, maar ook simultaan (in functie van de leerbehoeften van elke leerling).

  1. think-pair-share.pdf
  2. binnencirkel-buitencirkel.pdf
  3. placemat.pdf
  4. legpuzzel.pdf
  5. activerende-directe-instructie.pdf
  6. hoekenwerk.pdf
  7. co-teaching.pdf
  8. pre-teaching.pdf
  9. flipping-the-classroom.pdf

Praktijkvoorbeeld van een inclusieve les

In dit filmpje zie je hoe we van een eerder traditionele handboekles een interactieve les maakten waar alle leerlingen aan konden deelnemen.

Getuigenissen van leraren

Deze leraren gingen aan de slag met de hierboven beschreven werkvormen. In korte getuigenissen vertellen ze over hun ervaringen.

1. Exit tickets

Bij Exit Tickets ga je na wat de leerlingen van de les hebben opgepikt voor ze het lokaal verlaten. Je laat hen zichzelf inschatten.

Juf Emmelien liet leerlingen na een dictee hun werkblad in een doos leggen. Er waren 3 dozen. Doos 1 stond voor “Ik denk dat ik een prima dictee heb gemaakt”. Doos 2 stond voor “Dat ging toch even moeilijk”. Doos 3 stond voor “Dit wordt een ramp!”. Op die manier krijgt ze zicht op de mate waarin leerlingen zichzelf kunnen inschatten.

Juf Liesbet maakte een eigen evaluatieformulier waarop de leerlingen zichzelf kunnen inschatten. Op basis hiervan bepaalt ze waarop ze de volgende lessen moet focussen.

2. Instructie via een filmpje - flipping the classroom

Juf Freya neemt sommige instructies op voorhand op en maakt een kort filmpje. Zo kan ze leerlingen in kleinere groepen de instructie laten verwerken, in gesprek laten gaan en de opdracht uit te voeren.

3. Preteaching

Juf Emmelien werkt met preteaching: de leerlingen die het nodig hebben, krijgen op voorhand extra instructie. Op die manier kunnen ze op het moment van de les ten volle participeren.

4. Jokers

Met jokers kan je leerlingen verantwoordelijkheid geven over hun eigen leerproces. Zo kan je hen een joker laten inzetten op bepaalde evaluatiecriteria. Deze tellen dan niet mee. Of je laat hen een joker inzetten op criteria die ze dubbel willen laten meetellen. De drempel om deel te nemen aan bepaalde opdrachten, of bepaalde evaluaties tot een goed einde te brengen, wordt hierdoor veel lager.
Lerares Mieke geeft Nederlands op de middelbare school en legt uit hoe zij met jokers werkt.

5. Woensdagnamiddag-klas

Lerares Barbara (GITO Groenkouter) houdt de klasdeuren op woensdagnamiddag geopend.

6. Creatief aan de slag met teksten

Op deze manieren benut lerares Barbara teksten als vertrekpunt voor heel uiteenlopende activiteiten.